Straatnamen in Emmelhage

De straten en paden van het eerste deel van Emmelhage hebben namen van pioniers, die door de eeuwen heen belangrijke ontdekkingen deden. De lanen in de tweede fase hebben namen van mensen die belangrijk zijn geweest bij de inrichting en het ontwerp, archeologisch, bodemkundig of historisch onderzoek in de Noordoostpolder.

Medio, eind juni worden de straatnamen definitief bekendgemaakt

A. J. Wiggerslaan

Prof. dr. Albert Johan Wiggers was hoogleraar fysische geografie en kwartairgeoloog.
Hij onderzocht de bodem van Nederland en in het bijzonder die van Noordoostpolder. Hiermee bracht hij de onstaansgeschiedenis van het Zuiderzeegebied en de ontwikkeling van de Nederlandse kusten in kaart. Zijn kaarten waren zo gedetailleerd dat ze nog steeds gebruikt worden.

T. K. van Lohuizenlaan

Theodoor Karel van Lohuizen maakte het plan voor de Noordoostpolder en schreef voor de stad Emmeloord en elk dorp een sociografisch onderzoek, waarin hij uitlegde wat en hoe moest worden gebouwd. De nieuwe bevolking van de polder moest een afspiegeling worden van de bevolking van Nederland. Dit was voor die tijd een bijzondere werkwijze, Van Lohuizen was één van de eersten die op deze manier werkte. Ook stelde hij richtlijnen op voor de locaties waar landbouwbedrijven, winkels en kerken gebouwd werden.
Hij schatte in dat in de polder uiteindelijk 30.000 mensen konden wonen, waarvan 16.000 tot 20.000 in de dorpskernen en maximaal 10.000 in Emmeloord.

C. Lelylaan

Ir. Cornelis Lely werkte bij Rijkswaterstaat was waterbouwkundig ingenieur, minister, gouverneur van Suriname en politicus. De Zuiderzeewerken zijn bijna helemaal uitgevoerd volgens zijn plannen om de Zuiderzee af te sluiten en gedeeltelijk in te polderen. In 1918 ging het Nederlandse Parlement akkoord met de Zuiderzeewet die hij had ingediend.

G. D. van der Heidelaan

Gerrit Daniel van der Heide was van oorsprong journalist en werkte voor de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders. Hij woonde 25 jaar in de pastorie op Schokland en richtte daar het oudheidkundig museum in, met verzamelingen op het gebied van geologie, biologie en scheepsconsstructies. Hij coördineerde tussen 1946 en 1974 alle opgravingen in de Noordoostpolder. Verder was Van der Heide ook beheerder van het scheepsarcheologisch museum in Ketelhaven tot maart 1974. Werd de belangrijkste specialist op het gebied van scheepsarcheologie en schreef meer dan 400 publicaties. Hij was 40 jaar voorzichter van de Commissie Van der Lijn, die de geologische collectie van Pieter van der Lijn beheerde. De Vrienden van Schokland introduceerden de Gerrit Daniël van der Heide prijs. Deze wordt uitgereikt aan het mooiste schoolwerkstuk over een onderwerp uit het voormalige Zuiderzeegebied.

S. Smedinglaan

Ir. Sikke Smeding was de eerste directeur van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders en Landrost van het Openbaar Lichaam de Noordoostelijke Polder. De landbouwwetenschap in de Noordoostpolder ontwikkelde sterk onder zijn leiding en hij publiceerde veel over ‘Het nieuwe land’. Hij ontving in maart 1948 het eredoctoraat in de landbouwkunde van de Landbouwhogeschool in Wageningen.

L. J. E. Kreuknietlaan

Louise (Wies) Kreukniet – Van IJsselstein was amateurarcheologe in de Noordoostpolder. Ze werkte vanaf 1984 op kavel P14 mee aan archeologische opgravingen bij Schokland.
Ze werd later veldcoördinator bij de AWN, de vereniging Archeologische Werkgroep voor Nederland, die de werkzaamheden van amateurarcheologen in Nederland coördineert en begeleidt. Wies Kreuk niet bracht het grootste aantal archeologische vondsten van de Noordoostpolder bij elkaar in een collectie. Hiermee heeft zij een grote bijdrage geleverd aan de kennis over de bewoningsgeschiedenis van de Noordoostpolder. Haar collectie is, na haar overlijden in 2017, in beheer gegeven bij het Provinciaal Depot voor bodemvondsten (onderdeel van NieuwLandErfgoed) in Lelystad.

P. J. R. Moddermanlaan

Prof. Dr. Pieter Jan Remees Modderman is één van Nederlands bekendste archeologen. Hij was directeur van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, hoofd van de afdeling archeologie bij de Rijksuniversiteit Groningen en hoogleraar prehistorie. In 1942 leidde hij de eerste archeologische opgraving naar een scheepswrak (vindplaats NM 107) in de Noordoostpolder en stond daarmee aan de wieg van de scheepsarcheologie. Dit wrak kreeg de bijnaam ‘de kogge van Modderman’. Dit wrak was het eerste dat in Flevoland systematisch werd onderzocht en het eerste scheepswrak in Europa dat geïdentificeerd werd als kogge. Van het scheepswrak zijn twee modellen gemaakt om de romp te reconstrueren.

De aanleg van Emmelhage Fase 2 is gestart!